Doodgeknuffeld door rechtse krachten en verketterd door intellectuelen en kunstenaars: ziedaar het lot van Hendrik Conscience in Vlaanderen. Meer dan tweehonderd jaar na zijn geboorte is de schrijver, ooit uitbundiger gevierd dan de Rode Duivels vandaag, verveld tot een symbool in een aanslepende cultuuroorlog. Intussen durft geen weldenkend mens zijn boeken nog open te slaan uit schrik voor de racistische dampen die daaruit zouden opstijgen. In een feuilleton voor Leest onderzoekt Kevin Absillis de komende weken stapsgewijs hoe het zover heeft kunnen komen: Wat is er met Conscience aan de hand? Waar komen de beschuldigingen van racisme aan zijn adres vandaan? Op welke gronden zijn ze gebaseerd? Wat wordt in deze context zoal bedoeld met de notie racisme? En, laatst maar niet het futielst, welke racistische opvattingen zijn daadwerkelijk in zijn werk aan te treffen? In 2012 nog waarschuwde een toonaangevende intellectueel op de nationale radio: ‘Conscience heeft minstens 100 boeken geschreven. Wie die nu zou herlezen, die is denk ik goed voor het gesticht.’ De lezer leze deze bijdragen op eigen risico.*

 

* Een tweede waarschuwing is niet ironisch bedoeld: deze artikelenreeks bevat citaten met racistische termen alsook verwijzingen naar raciale ideeën en uitlatingen die kwetsend en aanstootgevend kunnen zijn. Het is niet de bedoeling van de auteur om deze termen en opvattingen te reproduceren, maar kritisch te onderzoeken en historisch te begrijpen. Begrijpen mag in deze context niet worden verward met goedpraten: de auteur probeert dit onderscheid goed te bewaken en hoopt dat de lezer bereid is dezelfde inspanning te leveren.

 


Aflevering 1:
Conscience in het rijk van Mordor

 

Het gaat niet zo goed met Hendrik Conscience (1812-1883). Het lichaam van de schrijver werd natuurlijk al lang geleden ter aarde besteld, maar intussen moeten ook zijn omvangrijke oeuvre en zijn ooit ontzagwekkende reputatie dood en begraven heten. Uitgenomen een wetenschappelijke uitgave van De leeuw van Vlaenderen (1838), die men vergeefs in de boekhandel zal zoeken, is geen enkele van zijn meer dan tachtig boektitels nog leverbaar. Wel werd De leeuw van Vlaenderen in 2015 een plek toebedeeld in de Literaire Canon van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (KANTL). De publiciteit voor deze canon liet achter de gemaakte keuze echter frisse tegenzin vermoeden. Op de bijbehorende website werd geconstateerd dat het werk van Conscience ‘onleesbaar’ was geworden.[1] Vervolgens trokken Christophe Vekeman, Dimitri Verhulst en Saskia De Coster, de auteurs die waren ingehuurd om de canon te promoten, live op televisie de handen af van de man die volgens de boutade ooit zijn volk had leren lezen. Indien er één titel weer uit die canon moest, dan wel De leeuw van Vlaenderen, klonk het als uit één mond. Het is immers ‘algemeen geweten’ dat die roman ‘een soort braakbal van een schrijfsel’ is, wist Saskia De Coster.

De Coster had gelijk: dat van die braakbal was algemeen geweten sinds intellectueel Vlaanderen in 2012 Consciences tweehonderdste verjaardag had gevierd. Toen had Tom Lanoye De leeuw van Vlaenderen weinig ceremonieel weggezet als ‘een hallucinant lachwekkend kutboek’ in een opiniestuk dat zo urgent werd gevonden dat de redacties van De Standaard en De Morgen het tegelijk afdrukten.[2] Andere opiniemakers legden wat meer tact aan de dag, maar de kern van hun boodschap was vergelijkbaar. ‘Het proza van Conscience ligt op de bodem van een ravijn’, oreerde Geert van Istendael in wat een lofrede had moeten zijn. Die lofrede mondde trouwens uit in een oproep om het Antwerpse standbeeld van de volksschrijver om te smelten. Van Istendael was niet de enige met iconoclastische oprispingen. De literaire organisatie Behoud de Begeerte vroeg omstreeks dezelfde tijd aan het Antwerpse stadsbestuur om een naar Pieter de Coninck genoemd plein om te dopen. Om het feest compleet te maken legde Marc Reynebeau aan de luisteraars van Radio 1 uit: ‘Conscience heeft minstens honderd boeken geschreven. Wie dat nu zou herlezen, die is denk ik goed voor het gesticht.’[3]

Was de povere reputatie van De leeuw van Vlaenderen sinds bovenstaande opinies ‘algemeen geweten’, dan getuigde het al lang voor het jubileumjaar van weldenkendheid om met een flinke boog om Conscience heen te lopen. Enfin, meestal toch. In 2012 verscheen wel degelijk nog de prima biografie Hendrik Conscience. Van geboorte tot Leeuw (1812-1838). Maar dit in feite onvoltooide werkstuk – Karel Wauters overleed helaas voordat hij de klus kon klaren – bleef nagenoeg onopgemerkt. Nauwelijks beter verging het de inspanningen die ik in 2016 samen met Kris Humbeeck en Janneke Weijermars ondernam om Conscience te ‘herdenken’ in De grote onleesbare.[4] Doorbijters zouden er nog op kunnen wijzen dat de Stadsbibliotheek van Antwerpen in 2008 werd omgedoopt tot Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hier minder een eerbetoon nagestreefd werd dan wel het uit de wereld helpen van de hardnekkige naamsverwarring met de wat verderop gelegen Openbare Stadsbibliotheek. En, o ja, heel onlangs heeft literatuurcriticus Marc Cloostermans zijn romandebuut gemaakt met Conscience, de terugkeer, de eerste uit een reeks misdaadverhalen waarin elementen uit het leven en de werken van Conscience door elkaar worden geklutst. Voor het overige is het wachten tot de aan het Letterenhuis verbonden onderzoeker Johan Vanhecke zijn volledige biografie van Hendrik Conscience zal presenteren.

Vooralsnog blijft de situatie in culturele kringen zoals Marc Cloostermans ze in 2016 in De Standaard samenvatte: ‘Als [Conscience] tegenwoordig wordt genoemd, is dat om hem met de grond gelijk te maken.’[5] Zo indrukwekkend is het verval dat het een apart topos werd in de Consciencestudie, die, haast ondanks alles, nooit helemaal is stilgevallen. Tom Verschaffel hield de ‘kwade faam’ van Conscience twintig jaar geleden al tegen het licht. Ook in de net genoemde bundel De grote onleesbare. Hendrik Conscience herdacht (2016) en in een aan Conscience gewijd themanummer van Verslagen & mededelingen van de KANTL wordt uitvoerig stilgestaan bij de neerwaartse spiraal waarin de auteur gevangen zit.[6] De lijst met verwijten is aanzienlijk: Conscience was kleinburgerlijk, een onverbeterlijke conformist, bleef blind voor sociaal onrecht. Zijn proza zou getuigen van een onverteerbare sentimentaliteit, taalkundig onvermogen en algehele wansmaak.[7] De meeste observaties gaan al wel even mee. De op zijn zachtst gezegd onstuimige toon van Lanoye, Van Istendael & co. verraadt echter dat hier niet langer sprake is van een doorsnee poging om aan cultuurhistorische revisie te doen. Conscience lijkt te zijn verwikkeld geraakt in een symbolenstrijd waarin distinctiedrift en toe-eigening het kennelijk zonder degelijke argumenten kunnen stellen.

Zoals de Belgische historicus Marnix Beyen enkele jaren geleden al opmerkte loopt er in de hoofden van menigeen ‘een rechte lijn […] tussen het door Hendrik Conscience gecreëerde universum en de rechtse tendensen in het actuele Vlaanderen’. Dit heeft ertoe geleid dat een veelal links-progressieve wereld van cultuurmakers en intellectuelen almaar meer afstand ging nemen van dat toch wat verdachte universum.[8] De genoemde ‘rechtse tendensen’ konden zo de erfenis van Conscience zonder protest omarmen.

Geen treffender illustratie van deze dynamiek dan het verloop van De Grootste Belg-verkiezing die in 2005, naar het voorbeeld van enkele buurlanden, werd gehouden – helemaal op zijn Belgisch trouwens, want Vlamingen en Walen gingen apart op zoek naar de meest verdienstelijke vaderlander. De Raad van Wijzen, die door de VRT was aangesteld, had Hendrik Conscience genegeerd bij de samenstelling van een lijst met honderd Belgen die voor de Vlaamse editie in aanmerking kwamen. Samen met nog tien andere namen werd die van de man die zijn volk leerde lezen op de valreep aan deze lijst toegevoegd, nadat het publiek de kans was geboden extra kandidaten te nomineren. Dat Conscience alsnog in de running kwam en het uiteindelijk nog ver zou brengen in deze druk bekeken en becommentarieerde poppoll, lag aan het feit dat enkele radicale Vlaams-nationalistische organisaties en figuren, onder wie Vlaams Belang-politicus Rob Verreycken, hun achterban hadden gemobiliseerd. Dat de organisatie er zelf weinig voor voelde om de door verdachte kringen voorgedragen schrijver te steunen spreekt uit het feit dat ze Marc Reynebeau inschakelde. In een documentaire die het publiek warm hoorde te maken voor Consciences kandidatuur, toonde die zich een weinig toegewijde supporter. Reynebeau bleek vooral te hebben onthouden dat de schrijver een lakei van het establishment was (‘Artistieke integriteit is niet de eerste zorg van Conscience’), buitensporig mercantiel was (‘Als zijn boeken maar verkopen’), een belabberd oeuvre had nagelaten (‘Echt sterk geschreven is dit niet’) en ook nog eens een onuitstaanbare sufferd was geweest (‘Conscience maakt graag lange natuurwandelingen op zoek naar plantjes die hij nog niet heeft en die hij kweekt in zijn botanische tuin. Spannend hè?’).  In de finale ging Conscience roemloos ten onder.

Wie echte supporters van Conscience zoekt, weet intussen waar gezocht: in rechtse Vlaams-nationalistische milieus. Niet alleen het Vlaams Belang drukt de schrijver graag aan de borst. Toen Bart De Wever (N-VA) zich in 2012 op het Antwerpse burgemeestersambt voorbereidde, verzette hij zich fel tegen het voorstel van Behoud de Begeerte om in zijn stad het De Coninckplein om te dopen. De collectieve desavouering van Conscience bewees voor De Wever dat een redeloze culturele elite aanstuurde op ‘de afwijzing van Vlaanderen’.[9] Zes jaar later liet de Antwerpse burgemeester zich in de aanloop naar nieuwe gemeenteraadsverkiezingen fotograferen naast het standbeeld van Conscience dat onder zijn bewind uiteraard niet was omgesmolten. Hij tweette de foto op 10 september 2018 de wereld in met de boodschap: ‘135 jaar geleden stierf de man die ons volk leerde lezen. De Nederlandse taal verbindt ons allemaal hulde en respect.’

De woorden van de burgemeester ten spijt is Conscience 135 jaar na zijn dood veel meer een verdelende dan een verbindende factor. Hij is verveld tot een symbool in een cultuuroorlog die weinig subtiliteit verdraagt en ervoor zorgt dat geen weldenkend mens zijn boeken nog durft open te slaan. Alleen in kringen die prat gaan op hun politieke incorrectheid wordt Conscience nog gekoesterd, voornamelijk als hofleverancier van Vlaams-nationale retoriek en symboliek. Dat de schrijver in 1830 als militair voor de Belgische onafhankelijkheid had gevochten en altijd een trouwe Belg en royalist gebleven was, is voor de Vlaams-nationalisten hoogstens een vervelende bijkomstigheid. De toe-eigening van Conscience wordt er in ieder geval niet door afgeremd. Het laatste opvallende wapenfeit in dit verband is de naamkeuze van Schild & Vrienden, de rechts-radicale jongerenbeweging die werd opgericht door Dries van Langenhove en in het najaar van 2018 door een Pano-reportage in opspraak kwam vanwege het rabiate racisme dat de leden in een beschutte chatomgeving bleken bot te vieren.

Hoewel ‘Schild en vriend’ niet door Conscience werd uitgevonden – zijn bron was de vijftiende-eeuwse Excellente Cronike – is het sjibbolet waarmee de aanhangers van Pieter de Coninck tijdens de Brugse metten de Franse bezetter identificeerden door De leeuw van Vlaenderen in het collectieve geheugen geëtst. Conscience stelde de historische gebeurtenis voor als een heldhaftige, zij het ook wrede verzetsdaad van een onderdrukt volk tegen de militaire aanwezigheid van een vreemde mogendheid. Het pas later ontstane Vlaams-nationalisme, dat nooit een homogene stroming is geweest, heeft die beeldvorming benut en verder gemanipuleerd. Toen dat Vlaams-nationalisme, zowel het mainstream nationalisme van de eerste Vlaamse regeringen als het ultrarechtse, uitgesproken migratievijandige nationalisme van het Vlaams Blok (later Vlaams Belang), vanaf de jaren 1980 almaar luider werd bekritiseerd door academici, intellectuelen en kunstenaars, keerde ook de publieke kijk op de Brugse metten. Sindsdien worden de door Conscience bezongen verzetsdaden voorgesteld als een ‘etnische zuivering’[10], een ‘vulgaire massamoord[11], of kortweg als ‘xenofoob’.[12]

Het ziet er dan ook niet naar uit dat Dries Van Langenhoves vriendenclub de rehabilitatie van Conscience dichterbij zal brengen. Integendeel: het zoveelste bewijs is geleverd dat de auteur van De leeuw van Vlaenderen een hoogst onwenselijk gedachtegoed heeft verspreid.  Zijn verbanning naar het rijk van Mordor is welhaast onherroepelijk geworden. De vraag in welke mate de teksten van Conscience dat onwenselijke gedachtegoed daadwerkelijk uitdragen, die wordt opmerkelijk genoeg zelden gesteld. Ook niet door deskundigen van wie in tijden van cultuuroorlog enige afstandelijkheid zou mogen worden verwacht.

 

 


Aflevering 2:
Wat een schrijver lijden kan

 

Dat het niet zo goed gaat met Hendrik Conscience kent vele oorzaken, maar de exclusieve toe-eigening van zijn schrijverschap door rechtse en extreemrechtse Vlaams-nationalisten geeft wel de doorslag. De associatie met nationalisme werkt zo al weinig wervend in een klimaat waarin van kunstenaars creatieve autonomie, en geen politieke dienstbaarheid wordt verwacht. De verbinding met het Vlaams-nationalisme pakt bovendien extra nadelig uit vanwege het racistische verleden dat het met zich meetorst. Onwillekeurig is Conscience vereenzelvigd geraakt met dat racisme en dat maakt zijn erfenis niet alleen op artistieke gronden dubieus, maar moreel gesproken verwerpelijk. De schrijver sukkelde niet in de vergetelheid, maar groeide uit tot een dankbare handpop waarmee aan het publiek in een oogwenk kan worden duidelijk gemaakt hoe grondig fout bepaalde opvattingen wel niet zijn.

Een curieus voorbeeld van zo’n handpopscène fourneerde Sophie De Schaepdrijver in de zomer van 2018 in een lang gesprek met De Tijd. Midden in een bespiegeling over de onrust omtrent de vluchtelingencrisis komt de historica plots met Hendrik Conscience op de proppen:

‘Die afkeer [tegen migratie] speelt tegen alle vreemde culturen. Hendrik Conscience klaagde in zijn tijd ook al bij het Antwerpse gemeentebestuur dat er te veel vreemdelingen waren, en hij had het over Gentenaars. De vraag is in hoeverre je aan die afkeer moet toegeven. Ik ben zelf een economische migrant, en voor velen is dat momenteel het ergste wat je kan zijn.’

Het is een verwijzing, die verder niet wordt toegelicht, maar dat maakt wat zich hier voltrekt niet minder betekenisvol. Integendeel: dat de interviewer niet om verduidelijking vraagt en de historica die niet uit zichzelf offreert, illustreert hoe vanzelfsprekend een gastoptreden van Conscience als dubieuze klant geworden is. Pikant is echter dat dit gastoptreden zelf dubieuze gronden heeft, zoals ik in de hiernavolgende bronnenreconstructie wil aantonen.

De Schaepdrijver steunt vrijwel zeker op informatie uit Van Clovis tot Happart. De lange weg van de naties in de lage landen van Lode Wils. In de epiloog van dit standaardwerk[13] wordt stilgestaan bij de opmars van het Vlaams Blok, die bij de verschijning van deze studie in 1992 alle politieke debatten domineerde. Wils wil duidelijk maken dat het racisme van het Vlaams Blok niet uit de lucht is komen vallen en schrijft: ‘Ook de vreemdelingenfobie van het Blok heeft wortels die diep in de tijd teruggaan. Rond 1850 verweten de Antwerpse flaminganten met Hendrik Conscience aan het liberale gemeentebestuur dat het ‘vreemdelingen inplantte in de stad’ door zijn benoemingen; dat sloeg toen ook op Brusselaars en Gentenaars.’[14] De overeenkomst met de woorden van De Schaepdrijver is te groot om van toeval te kunnen spreken. Bovendien is mij geen andere bron bekend voor dit citaat. Nu de bron geïdentificeerd is, wordt het pas echt interessant.

In tegenstelling tot De Schaepdrijver hield Wils een slag om de arm. Hij heeft het over ‘de Antwerpse flaminganten met Hendrik Conscience’. Dit voorbehoud is terecht. Er is namelijk geen bewijs dat de uitspraak aan Conscience kan worden toegeschreven.[15] Waar heeft Wils het citaat over het ‘inplanten van vreemdelingen’ nu vandaan? Daar heb ik lang naar moeten zoeken. Het antwoord vond ik uiteindelijk na een tip van Piet Couttenier in een veel oudere bijdrage van Wils. In De politieke oriëntering van de Vlaamse beweging 1840-1857 (1959) staat de historicus stil bij het ‘zeer sterk Antwerps partikularisme’ dat door conservatieve katholieke Vlaamsgezinden omstreeks 1850 werd aangehangen. Van dit ‘partikularisme’ noteert Wils dat het tot protest leidde tegen de aanstelling van vreemdelingen als stadsbeambten.[16] Hij verwijst naar een ‘Konservatieve strooibrief’ uit 1848, die hij als volgt samenvat:

‘[De strooibrief] beschuldigde de liberale gemeentebestuurders ervan de Antwerpse belangen te miskennen, vreemde gedachten en ‘huurlingen’ in te planten, en “al hun krachten in te spannen om het enigst almachtig werktuig van beschaving te verbreken, het enigst natuurlijk, het enigst algemeen ten lande, de Vlaamse letterkunde, het Vlaamse toneel”.’[17]

De strooibrief wordt bewaard in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience en is aldaar te raadplegen in een boekdeel Antwerps verkiezingsdrukwerk, terug te vinden in de catalogus onder de titel Parlements- en gemeenteraadsverkiezingen, 1830-1948: verzameling van pamfletten. Wie de auteur/s van deze niet ondertekende strooibrief was/waren, staat niet vast, maar het is onwaarschijnlijk dat de tekst van de hand van Conscience is.[18]

Wat blijkt eveneens uit De politieke oriëntering van de Vlaamse beweging 1840-1857? Dat Lode Wils het door hem bestudeerde ‘Antwerps partikularisme’ in 1959 héél anders beoordeelde dan dertig jaar later in Van Clovis tot Happart. Hij schreef toen: ‘En als we bedenken dat in het openbare leven van Antwerpen, zowel de politiek als de pers en de zakenwereld, een zeer grote rol werd gespeeld door al dan niet genaturaliseerde vreemdelingen, meestal Fransen, dan zien we scherper hoeveel gezonde reaktie er in dit alles schuilde.’ [mijn cursivering][19] Wat de jonge historicus nog gezond vond, zou de oudere historicus presenteren als het symptoom van een allesbehalve gezonde vreemdelingenfobie. Of het werkelijk van voortschrijdend inzicht getuigt om Conscience te ontmaskeren als een founding father van het Vlaams Blok staat nog te bezien. Toch wordt de diagnose gemeengoed: anno 2018 kan Sophie De Schaepdrijver Conscience achteloos opvoeren als het bewijs dat een afkeer voor vreemde culturen en migranten van alle tijden is.

Bij dit alles is het natuurlijk nog maar de vraag of het wel zo verhelderend is om een erg specifieke discussie over de Antwerpse stadsadministratie anno 1848 uit zijn context te lichten. Zo ligt het voor de hand dat het begrip ‘vreemdeling’ in de tijd van Conscience niet hetzelfde betekende als pakweg in het discours van Filip De Winter of in de huidige discussies over migratie. Zoveel historiografische lichtzinnigheid lijkt erop te wijzen dat de scheeftrekkingen van Wils en De Schaepdrijver niet als toevallige nonchalance kunnen worden weggewuifd. Hebben geschiedkundigen een specifieke kijk op het culturele verleden intussen zo sterk geïnterioriseerd dat er geen bronnenkritiek meer tegenop kan? Het lijkt er wel een beetje op.

 

Wordt vervolgd…

 


Dit artikel maakt deel uit van Kevin Absillis’ feuilleton
Het slechte geweten van Vlaanderen. Over het racisme van Hendrik Conscience (1812-1883)

>> Lees aflevering 3: ‘Stammenstrijd versus klassenstrijd’

>> Lees aflevering 4: ‘Creatief met Conscience’

 


Dank aan Marlou de Bont voor hulp allerhande en aan Conscience-biograaf Johan Vanhecke voor het genereus delen van inzichten en informatie. Dank eveneens aan de redactie van Leest voor de redactionele zorgen en de luisterbereidheid. Het spreekt voor zich dat alleen de auteur verantwoordelijk kan worden gehouden voor de inhoud van deze bijdragen.

Noten
[1] Tenminste, zo was het tot voor kort. Op 26 juni 2020 werd de canon opgefrist en het motivatietekstje bij De leeuw van Vlaenderen klinkt nu een stuk wervender, zie https://literairecanon.be/nl/werken/de-leeuw-van-vlaenderen.
[2] Zie: T. Lanoye, ‘Het Bollekes De Coninckplein, dan’, in: De Standaard, 4 december 2012 en T. Lanoye, ‘Het bollekesplein’, in: De Morgen, 4 december 2012. In 2015 herhaalde Lanoye zijn oordeel over De leeuw van Vlaenderen in Humo, maar noemde hij zichzelf ook een ‘trotse opvolger’ van Conscience. De nuance kreeg minder weerklank dan het felle oordeel van weleer. T. Lanoye, ‘De voetveeg van Ambiorix’, in: Humo, 26 mei 2015, p. 14.
[3] Interview in het nieuwsprogramma De ochtend, 4 oktober 2012.
[4] Van deze aan Conscience-kenner Piet Couttenier opgedragen bundel, waaraan een vijftiental historici en literatuurwetenschappers meewerkten, verschenen maar liefst twee recensies, de vakpers en mainstream pers bij elkaar opgeteld.
[5] M. Cloostermans, ‘De peetvader. Op de barricaden voor Hendrik Conscience’, in: De Standaard, 10 november 2016.
[6] K. Humbeeck, K. Absillis & J. Weijermars (red.), De grote onleesbare. Hendrik Conscience herdacht, Gent, 2016.
[7] K. Absillis, ‘Mag Conscience spreken? De Boerenkryg herlezen’, in: K. Humbeeck, K. Absillis & J. Weijermars (red.), De grote onleesbare. Hendrik Conscience herdacht, Gent, 2016, p. 463-496, 467-477.
[8] Zie hierover: K. Absillis & W. Lemmens, ‘Het verdriet is gans het volk. Over Hugo Claus en de Vlaamse beweging’, in: Wt, jg. 2013, nr. 4, pp. 351-373.
[9] J. De Preter, ‘De Wever haalt uit naar “idiote” culturele sector’, in: De Morgen, 4 december 2012.
[10] De woorden zijn van historicus Pieter Lagrou en komen uit een ophefmakend opiniestuk in De Standaard naar aanleiding van de 700ste verjaardag van de Guldensporenslag. P. Lagrou, ‘Een glorierijk verleden’, in: De Standaard, 8 juli 2002.
[11] Uitspraak van Walter Zinzen in een bijdrage waarin hij de ‘rassenhaat’ van Schild & Vrienden aan de kaak stelde. Volledige citaat: ‘Door Hendrik Conscience werden deze Metten in zijn Leeuw van Vlaanderen opgehemeld als een heldendaad. In feite was het een vulgaire massamoord.’ W. Zinzen, ‘Politieke hypocrisie’, in: Mo*, 5 oktober 2018. Zinzens analyse vertoonde nogal wat overeenkomsten met een al wat oudere bijdrage van zijn gewezen collega Jef Coeck: J. Coeck, ‘Wat we zelf doen… (4) De Guldensporenslag’, Salon van Sisyphus, 10 juli 2011.
Voor een beter onderbouwde toelichting kan de lezer terecht bij de Gentse historicus Jan Dumolyn, zie J. Vandaele, ‘“Op de Vlaamse feestdag herdenken we de bolsjewieken van de middeleeuwen”. Historicus Jan Dumolyn, ‘Strijd om waardig leven verbindt Guldensporenslag en Black Lives Matter.’, in: Mo*, 11 juli 2020.
[12] Moraalfilosoof Koen Raes, ‘Wat Waals is vals is?’, in: De Morgen, 30 december 2000.
[13] In 2005 publiceerde dezelfde uitgeverij een aangevulde editie onder de aan de actualiteit aangepaste titel Van Clovis tot Di Rupo (2005).
[14] L. Wils, Van Clovis tot Happart, Antwerpen, 1992, p. 301.
[15] Dat valt overigens moeilijk te controleren omdat Van Clovis tot Happart geen bibliografie of notenapparaat heeft. Hetzelfde geldt voor de herziene editie uit 2005, waarin de passage in kwestie is overgenomen en de auteur slechts Vlaams Blok in Vlaams Belang wijzigde. L. Wils, Van Clovis tot Di Rupo, Antwerpen, 2005, p. 293.
[16] L. Wils, De politieke oriëntering van de Vlaamse beweging 1840-1857, Leuven, 1959: 49.
[17] Wils 1959, p. 49, noot 1.
[18] Mededeling van Conscience-biograaf Johan Vanhecke.
[19] Wils 1959: 49, mijn cursivering.

 

Afbeelding
Detail ‘Standbeeld van Hendrik Conscience (1883) door Frans Joris voor de gelijknamige Erfgoedbibliotheek in Antwerpen’, Ad Meskens via Wikimedia Commons.

Kevin Absillis (1980) is docent moderne Nederlandstalige literatuur en algemene literatuurwetenschap aan de Universiteit Antwerpen. Deze artikelenreeks zal in het voorjaar van 2021 in uitgebreide vorm verschijnen in Wt. Tijdschrift over de geschiedenis van de Vlaamse beweging en is bedoeld als de opmaat voor een cultuurhistorische monografie met als werktitel ‘Het slechte geweten van Vlaanderen. Over racisme en de culturele verbeelding sinds Hendrik Conscience’. Absillis publiceerde eerder onder meer Vechten tegen de bierkaai. Over het uitgevershuis van Angèle Manteau (2010) en, samen met Wendy Lemmens, tekstedities van Felix Timmermans’ Pallieter (2016) en Hugo Claus’ De verwondering (2018).